Samenwerking helpt vleermuizen

23 januari 2017

Het landschap tussen Noord- en Zuid-Limburg verbindt de voor vleermuizen belangrijke gebieden in noordwest en midden Nederland met de Zuid-Limburgse groeven. Met name het landschap van de waterwegen is hierin essentieel. Onderzoek van de Zoogdiervereniging laat zien dat samenwerking tussen de verschillende gebiedspartijen cruciaal is in het beheer van dit migratielandschap.


Geleenbeek (foto: Zoogdiervereniging).

De Zoogdiervereniging heeft in opdracht van de provincie Limburg, Rijkswaterstaat, Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas (tegenwoordig Waterschap Limburg) een project uitgevoerd om de knelpunten en kansen voor vleermuizen in het migratielandschap van Maas en Julianakanaal, het gebied van Mook tot Maastricht, uit te werken. Dit landschap omvat het water en de oevers, de uiterwaarden en de randen van het winterbed en steilranden. Verschillende vleermuissoorten gebruiken verschillende delen van dit landschap als migratiestructuur. Doel van het project was om een integrale, gebiedsgerichte, landschappelijke aanpak met betrekking tot de migratiefunctie van het landschap voor vleermuizen te realiseren. De analyse was in verschillende stappen opgebouwd:
1. Bureaustudie
2. Veldbezoek met stakeholders
3. Workshop I: Knelpunten, oplossingen en kansen
4. Workshop II: Borging

Tijdens de bureaustudie is op basis van luchtfoto’s en satellietbeelden een inschatting gemaakt van de knelpunten en kansen. De inschatting is door middel van steekproefsgewijs veldbezoek (met en zonder stakeholders) verder aangescherpt. Vervolgens zijn relevante en anno 2017 bekende ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied achterhaald op basis van door stakeholders (opdrachtgevers en gemeenten) aangereikte informatie. De beoordeling van de kansen en knelpunten is vervolgens op basis van de ruimtelijke ontwikkelingen op bepaalde punten aangepast. Uiteindelijk leidde dat tot de volgende categorieën:

  • Doorlatendheid: goed, neutraal of slecht, en noodzaak of kans tot verbetering
  • Verlichting: slecht en noodzaak of kans verbetering

De resultaten van de beoordeling zijn op kaart weergegeven in KML en GIS.


Illustratieve detailkaart van de doorlatendheid van het migratielandschap van Mook tot Maastricht (Bron: KML beeld Google Maps).

Uit de eerste workshop volgden enkele belangrijke conclusies. Knelpunten worden vaak veroorzaakt door een opeenstapeling van negatieve effecten. Oplossingen zijn vaak relatief eenvoudig en kosten niet veel geld, met name als de verschillende gebiedspartijen samenwerken. Het gepresenteerde kaartmateriaal is daarvoor geschikt. Mede als resultaat van de tweede workshop over de borging van de uitkomsten en doelstelling, zijn in een serie tabellen de volgende zaken omschreven: de kern van het project, inhoudelijke informatie, procesafspraken en een beschrijving van potentiële maatregelen. Daarnaast is de 0-situatie en daaruit volgende opdracht van kwaliteitsbehoud en verbetering, en realisatie van toepasbare kaartbeelden als borgende maatregelen benoemd. De verschillende gebiedspartijen kunnen deze tabellen gebruiken om binnen hun eigen organisatie te bepalen hoe zij de borging verder kunnen vormgegeven.


Groepsfoto in Geulle aan de Maas (foto: Zoogdiervereniging).

Kern van de gezamenlijk ontwikkelde aanpak is het samenwerken van de verschillende belanghebbenden in het gebied (Provincie, Waterschap, RWS, gemeenten) over hun juridische en praktische grenzen heen. Versterkende of compenserende maatregelen in het gebied van de ene belanghebbende, kunnen zo de ontwikkeling in het gebied van een andere mogelijk maken. Door bovendien versterkende maatregelen te nemen op het moment dat kansen zich voordoen (werk met werk maken), kunnen de kosten lager en het planologische proces eenvoudiger worden. Tevens kan zodanig vooruit worden gewerkt, dat de migratiefunctie al is versterkt voordat een nieuwe ontwikkeling hier mogelijk een negatieve invloed op kan hebben.  

Een belangrijk resultaat voor organisaties die in het landschap van Maas en Julianakanaal werken, zijn de GIS-kaarten van structuren en hun inschatting naar categorie. Deze GIS-kaarten zouden beschikbaar gemaakt kunnen worden op zowel organisatie interne viewers ter voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen, als op meer openbare viewers zoals het GEO-loket van de provincie. Deze informatie is bovendien beschikbaar als KML, wat het mogelijk maakt om via bijvoorbeeld My Maps de informatie direct in het veld te raadplegen. Meer informatie over het project, inclusief een pdf van het eindrapport, is te vinden op de website van de Zoogdiervereniging.

Tekst: Marcel Schillemans, Zoogdiervereniging.